Mijn oma, de moeder van mijn vader, was als een moeder voor me. Ik was vaak bij haar met mijn zus. Ik herinner me altijd nog de ontbijtmomenten in de tuin zo vaak het kon. Met een verse witte boterham met roomboter en basterdsuiker. Met liefde door oma klaar gemaakt. Aangevuld met een mok thee met melk en suiker. Dan kletsten we altijd wat. Oma Odendaal

Samen wandelen

Vaak ook ging oma met mij op pad. Naar het gemeentemuseum. Daar zijn we vaak geweest. Soms ook naar het Airborne museum in Oosterbeek. Vaak wandelend, soms met de bus. Het was net te doen vanaf de Alexanderstraat in Arnhem waar ze woonde. Soms ook gingen we naar Sonsbeekpark. Naar het hertenkamp en naar de waterval, waar je onderdoor kunt lopen. Prachtig en magisch vond ik dat altijd. Oma liep dan altijd dapper met me mee over de natte en dus gladde kiezelstenen. We hadden dan samen plezier.

Oma’s huis

Oma woonde in een benedenwoning met gaskachels in de voorkamer en achterkamer. En een kelder waar het altijd rook naar de opgeslagen aardappelen. De muffe geur van onderaardse kelders in een lange gang naar een kleine ruimte waar het gereedschap lag. Onder de trap lag altijd een hele berg aardappels. Bruin van de gedroogde aarde. Boven aan de trap hing een koffiemolen. Ik vond het altijd prachtig om dat ding een slinger te geven. Ik weet nog steeds niet waarom. Gewoon het gevoel denk ik. Het werd al heel lang niet meer gebruikt. Later verhuisde deze koffiemolen naar de gang en werd het decoratie. Naast de telefoon. Met zo’n draaikiesschijf. Ook heel fijn om daar met je vingers in te gaan en dan dat rondje te draaien. Dat geluid…. schitterend. De eerste kamer in de gang was van mijn oma. Daar rook het altijd fris en het bed was opgemaakt. De tweede kamer, daar sliepen mijn zus en ik vaak als we daar weer mochten logeren. Er hingen dikke gordijnen die als ze dicht gingen de kamer totaal verduisterden.

Het raam keek uit op de tuin: een stoep met daarachter, een halve meter lager een tuin die via een trapje te bereiken was. Daar had oma altijd rozen en andere mooie bloeiende planten. De andere helft van de tuin bestond uit gras. De bovenverdieping stak wat uit zodat we op de stoep vaak droog zaten ook al regende het.

Oma had haar haren altijd in de krul met een jurk en nette schoenen. In een grote handtas zaten altijd vele spullen die altijd handig waren. Er kwam altijd iets uit dat net op dat moment van pas kwam. Die tas sjouwde ze telkens overal mee naar toe. Af en toe gingen we bijvoorbeeld naar het openluchtmuseum. Daar gingen we dan meestal met de bus heen, omdat lopen net te ver was. Uren keken we dan overal rond en vergaapten ons aan die vergane glorie. Prachtig.

Toen we naar Deventer verhuisden en ik een baan kreeg in de adviessector, had ik wel eens opdrachten in Arnhem of in de buurt. Dat was altijd weer heerlijk want dan kon ik gezellig bij oma eten.

Soesjes

Als ik dan jarig was, dan bracht oma altijd soesjes mee. Oma ging altijd als ze ergens naar toe ging vergezeld van verse, zelfgebakken soesjes. Die had ze natuurlijk zelf gebakken. En vanzelfsprekend had ze de slagroom ook zelf geklopt. Toen waren er nog geen spuitbussen met van die slagroom die als je er naar kijkt als sneeuw voor de zon verdwijnt. Oma klopte zelf haar slagroom en deed er wat klop-klop in zodat die slagroom stevig bleef. Als ik er was wanneer ze soesjes bakte, dan mocht ik altijd de kom uitlikken waar de slagroom in geklopt was. Voor iedereen deed ze een toefje slagroom boven op de soesjes met een ananasje. Voor mij deed ze altijd een paar soesjes zonder die ananas, want die combinatie heb ik nooit begrepen en ze hield daar altijd rekening mee.

Oma bakte eigenlijk altijd wel iets. Als we langskwamen en ze had niets gebakken, voelde ze zich enorm rot. Dan kregen we een koekje met verontschuldigingen. Heerlijk was het als ze cake ging bakken. Ook die beslagkom mochten we uitlikken. De 1 kreeg de spatel, de ander de garde. Likken maar! Meestal leefde de cake niet langer dan ongeveer een kwartier. Die ging meteen op. Vaak was ie ook nog wat nat van binnen. Geweldig!

Het komt goed

Oma stierf in 1996. Ze was 85 (give or take a few). Bij oma’s crematie op Moscowa heb ik nog een tekst voorgedragen. Daar memoreerde ik voor een druk bezette hal over haar beroemde soesjes. Hoe lekker die altijd waren en hoeveel liefde je daar in proefde. Feitelijk was het pure liefde die je at. Zo herinner ik me oma. Met een glimlach, warm en betrokken.

In de jaren die ik mag meemaken al op deze aardbol heb ik soms lastige periodes gehad. Altijd was er dan ergens in mij iets dat altijd wist: het glas is half vol. Het komt goed. Blijf vertrouwen.

Afgelopen week wist ik in een keer….. dat gevoel; dat is mijn oma, die even op mijn schouder meekijkt. Met haar warme glimlach. Het komt goed!

Dank, oma!

Oma
Getagd op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *